Een onstuimige veroveraar.
Griekse schrijver schetst een wel erg positief beeld van 
Alexander de Grote



Begin

Kwartierstaat Koos van Rijn
Grafische versie 1
Grafische versie 2

Grafische versie 3

Nieuws
2009
2010
2011

2012
2013
2014

Over Ons
Rembrandt

Onze honden
Reuen

Teven
Nakomelingen
Foto's Nakomelingen

In loving memory

Pups
Planning


Fotogallery
Nostalgisch Type 1
Nostalgisch Type 2
Waterwerk

Shows
Kopstudie

Wandelingen
Hoek van Holland 1
Hoek van Holland 2


Bron Newfoundlander
Newfoundland 
Oeroorsprong
Oorsprong
L Anse aux Meadows
Tibet Dog
Tibet Dog2 
Lord Byron

Fokken 
Pup/Fok-Advies
FokFaciliteiten
Dekmoment
Vruchtbaarheid
Ontwikkeling embryo
FCI - Rasstandaard
Kynologische termen
Voeding
Afspeenmethode

Marskwa's adagiums

Genetica
Kleurvererving
HD-ED vererving
Kynethologie
Dilatatie
DNA: 
From where I am
Evolutie Theorie  
Bioritmiek
Freud
Deugdethiek

Teek Care

De andere Passie
Odysseus
Sprookje 
Alexander de Grote
Peloponnesos
Hippocrates
Magisch Realisme
Filosoferen over sex
Magna Graecia
Boeddhisme
Klimaat
 
IsraŽl

Agape
Christus was een filosoof

Astrologie
Maanstanden

Links

Webcams HvH


 




Dire Straits : Local Hero



Alexander de Grote

 
Onderstaande recensie door Hans Teitler van het boek
Lucius Flavius Arrianus: Alexander de Grote - Het verhaal van zijn verovering van het Perzische rijk
door Simone Mooij-Valk verscheen oorspronkelijk in De Volkskrant van 20 augustus 1999.

De verovering van het Perzische rijk door de Macedonische koning Alexander de Grote (358-323 voor Christus) spreekt nog steeds tot de verbeelding. Alexander was 24 jaar toen hij aan zijn veldtocht begon, die hem tot diep in India zou voeren. Zijn dood op 33-jarige leeftijd markeerde het begin van een nieuw tijdperk. De Griekse schrijver Arrianus schreef ruim vier eeuwen later het verhaal van de tocht. Zijn werk is nu vertaald.

Julius Caesar raakte naar verluidt hevig ontdaan bij het zien van een standbeeld van Alexander de Grote in het Spaanse Cadiz. De latere Romeinse dictator, even in de dertig op dat moment, besefte opeens dat hij nog niets bijzonders in zijn leven had gepresteerd, terwijl Alexander op dezelfde leeftijd al de hele wereld aan zich had onderworpen. Het zou een toer worden de prestaties van de Macedonische koning te overtreffen.
Toen Alexander de Grote in 323 voor Christus in Babylon stierf, was hij nog geen 33 jaar oud, maar zijn naam was bij zijn dood al gevestigd. 'Naar mijn mening', schreef de Griekse schrijver Lucius Flavius Arrianus later, 'was er in die tijd op de hele wereld geen volk, geen stad, ja, niet ťťn mens die niet van Alexander had gehoord.'
Arrianus overdrijft natuurlijk - zijn Perzische veldtocht van Alexander is onlangs door Simone Mooij-Valk uit het Grieks in het Nederlands vertaald - maar misschien niet eens zo heel erg. Van het begin af aan heeft Alexanders verovering van het Perzische rijk tot de verbeelding gesproken. En ook na zijn dood bleef zijn naam voortleven. Het feit dat in de eerste eeuw voor Christus een standbeeld van hem kon worden aangetroffen in een uithoek van het door Romeinen beheerste Spanje, is daarvan slechts ťťn bewijs.

De aanzet tot Alexanders veldtocht tegen de Perzen was door zijn vader Philippos gegeven. Deze was erin geslaagd het door dynastieke twisten verscheurde MacedoniŽ tot een eenheid te maken, een sterk leger op de been te brengen en de financiŽn van zijn koninkrijk te saneren. Vervolgens had hij Griekenland veroverd. Daar werd MacedoniŽ door zeer velen beschouwd als een achtergebleven gebied, waarvan de bewoners niet eens echte Grieken waren (of de MacedoniŽrs er een aparte taal op nahielden of een Grieks dialect spraken, is tot op de dag van vandaag omstreden). Maar er waren er ook die in Philippos de man zagen die de hopeloos verdeelde Griekse stadstaten kon verenigen en voorop kon gaan in een gezamenlijke oorlog tegen de erfvijand PerziŽ.
Wraak voor de indertijd door de Perzische koning Xerxes in Griekenland aangerichte verwoestingen en bevrijding van de onder het Perzische gezag vallende Griekse steden in Klein-AziŽ: dat waren de leuzen waarmee Alexander in 334 de 'kruistocht' naar het oosten begon (zijn vader was twee jaar tevoren vermoord). Er zullen ook nog wel andere beweegredenen zijn geweest.

PerziŽ beschikte over enorme rijkdommen en Alexander zelf was bezield van een tomeloze, aan grootheidswaanzin grenzende eerzucht. Niet zeker is of de koning van meet af aan het hele Perzische rijk heeft willen veroveren. Het kan zijn dat hij pas op dat idee is gekomen nadat hij zijn eerste successen had behaald.
In veldslagen bij het riviertje de Granikos (334) en bij de plaatsen Issos (333) en Gaugamela (331) toonde Alexander zijn niet geringe veldheerstalent. Steden als Milete, Halikarnassos en Tyros vielen in zijn handen, sommige pas na hardnekkige tegenstand. Nieuwe steden werden her en der gesticht (AlexandriŽ in Egypte is het bekendste voorbeeld, maar er verrezen nog tientallen andere AlexandriŽ's).


De inname van de Perzische hoofdstad Persepolis vond plaats in 330. Het koninklijk paleis aldaar ging in vlammen op. Bij dit alles wist de Perzische koning Darius III uit het geslacht der Achaimeniden niet beter te doen dan telkens de vlucht te nemen. Hij werd ten slotte door een van zijn vroegere volgelingen vermoord.
Wie gemeend mocht hebben dat Alexander zich na de verovering van Persepolis en de dood van Darius tevreden zou stellen met het tot dan toe bereikte, had het mis. Voort ging de veroveringstocht, oostwaarts. Vijandelijke hinderlagen, onherbergzaam terrein, sneeuwjachten, verzengende hitte, gebrek aan voedsel, krijgsolifanten, verwondingen, onderlinge ruzies en zelfs samenzweringen tegen het leven van de koning - niets kon de opmars stuiten.
Pas bij de rivier de Hyphasis in het huidige India werd Alexander gedwongen halt te houden: zijn soldaten sloegen aan het muiten en weigerden verder te gaan. De terugtocht, deels door de woestijn van GedrosiŽ (Baluchistan), verliep moeizaam, maar in de lente van 324 was het leger dan eindelijk, na jaren van marcheren en vechten, terug in Susa, een van de hoofdsteden van het Perzische rijk.

In Susa (gelegen in Iran, niet ver van de grens met Irak) vond een merkwaardige ceremonie plaats. Alexander arrangeerde daar huwelijken voor zichzelf en zijn vrienden. 'Zelf trouwde hij met Barsine, de oudste dochter van Darius', schrijft Arrianus in zijn verhaal van Alexanders tocht, 'en volgens Aristoboulos ook nog met een ander, namelijk Parysatis, de jongste dochter van Ochos. Hij was al getrouwd met Roxane, de dochter van Oxyartes, de BaktriŽr. Aan Hephaistion gaf hij Dryeptis, ook een dochter van Darius, een volle zuster van zijn eigen vrouw, (. . .) en aan zijn andere vrienden gaf hij op dezelfde manier de edelste dochters van Perzen en Meden tot vrouw; het waren er ongeveer tachtig. De huwelijken werden gesloten volgens Perzisch gebruik. (. . .) Iedere bruidegom nam zijn bruid mee naar huis, en Alexander gaf aan alle vrouwen een bruidsschat. Hij gaf bevel een lijst te maken van alle MacedoniŽrs die met Aziatische vrouwen getrouwd waren (het waren er meer dan tienduizend), en ook zij kregen huwelijksgeschenken van Alexander.'

De massabruiloft in Susa is wel opgevat als een bewijs voor het bestaan van een Verschmelzungs-politiek. Dit begrip, legt Simone Mooij uit in haar voortreffelijke inleiding, stamt van Johann Gustav Droysen, die meende dat Alexander een versmelting tot stand wilde brengen tussen enerzijds MacedoniŽrs en Grieken en anderzijds de overwonnen volken van de OriŽnt.Volgens Droysen, het prototype van de negentiende-eeuwse Duitse professor en tevens een hartstochtelijk politicus, was zowel Philippos als zijn zoon Alexander uitvoerder van een goddelijk plan. MacedoniŽ onder leiding van Philippos moest eenheid brengen onder de Grieken (zoals het Pruisen van Bismarck later de Duitse eenheid zou bewerkstelligen), terwijl Alexander de Grote de Griekse cultuur in het Oosten diende te verbreiden om zo de wegbereider van het christendom te kunnen worden.
In de twintigste eeuw vinden we van Droysens gedachtegoed nog het een en ander terug. De Britse geleerde W.W. Tarn trad in Droysens voetspoor met de stelling dat Alexander was bezield door het ideaal van de Unity of Mankind: alle mensen waren broeders en zouden door toedoen van de Macedonische koning nader tot elkaar worden gebracht. De twintigste eeuw heeft echter ook minder idealistisch gestemde Alexanders opgeleverd. Zo lijkt volgens veel critici de Alexander van de Oostenrijker Schachermeyer opmerkelijk veel op Adolf Hitler.


Schachermeyer zelf zal deze kritiek mogelijk als een compliment hebben opgevat, al heeft hij in zijn publicaties van na 1945 stilzwijgend afstand genomen van de uitgesproken nationaal-socialistische denkbeelden die hij eerder had verkondigd. Alexanders Verschmelzungs-politiek, meende hij voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, was slechts aanvaardbaar als deze beperkt bleef tot arische HerrenvŲlker. Iedere vermenging van nordisch bloed met andere bestanddelen was een schending van heilige biologische wetten, die niet anders dan rampzalige gevolgen kon hebben.
Van de racistische ideeŽn van de jonge Schachermeyer moet men in wetenschappelijke kring niets meer hebben. Ook hoogdravende theorieŽn ŗ la Droysen en Tarn hebben afgedaan. Het is zeker waar dat ten gevolge van Alexanders tocht de door de Griekse cultuur beÔnvloede wereld groter werd (men laat met Alexanders dood de hellenistische periode beginnen). Maar dat dit de opzet van de Macedonische koning zou zijn geweest, is ongeloofwaardig.


Hedendaagse historici bezien Alexanders doen en laten over het algemeen tamelijk nuchter. Alexander was in de eerste plaats een veroveraar. In de ogen van de Franse geleerde Pierre Briant, auteur van een ook in het Nederlands verschenen boek over Alexander, is bijvoorbeeld de massabruiloft in Susa eenvoudigweg te beschouwen als een poging om overwinnaars en overwonnenen met elkaar te verzoenen. Daartoe was reden genoeg.
In het besef dat de Perzische elite onmisbaar was voor het bestuur van zijn nieuw verworven rijk had Alexander Perzen aangesteld op hoge posten en zich ook in andere opzichten aangepast aan de Perzische wijze van regeren en hofhouden. Dit werd door de meeste van zijn Macedonische strijdmakkers niet gewaardeerd. Vooral Alexanders wens om de knieval te introduceren had kwaad bloed gezet - deze vorm van eerbetoon, de normale manier in PerziŽ om de koning te begroeten, kwam in de ogen van Grieken en MacedoniŽrs slechts de goden toe.
Spreekbuis van degenen die zich verzetten tegen de knieval was Kallisthenes, een in het gevolg van Alexander meereizende historicus (hij was een neef en leerling van de grote filosoof Aristoteles, die ook de leermeester van Alexander is geweest). 'Ik ben het daarin wel met Kallisthenes eens', luidt het ietwat zuinige commentaar van Arrianus in zijn verslag van de gebeurtenissen.

Maar de wijze waarop de kritiek op Alexander door Kallisthenes naar buiten werd gebracht, stond hem volstrekt niet aan. Daarvoor was zijn bewondering voor Alexander te groot: 'Persoonlijk kan ik deze gedragingen van Kallisthenes, zijn aanmatigend optreden tegen Alexander op dat moment en zijn gebrek aan tact, absoluut niet billijken.(. . .) 
Ik vind het daarom niet onredelijk dat Kallisthenes bij Alexander in ongenade viel door zijn misplaatste vrijheid van spreken en domme verwaandheid'.

Niet lang na de verwikkelingen rond het invoeren van de knieval werd Kallisthenes ter dood gebracht. Hij zou betrokken zijn geweest bij een complot tegen Alexander. Zeker is dat niet. Ook over de wijze waarop het vonnis aan hem werd voltrokken heerst onzekerheid. In de woorden van Arrianus: 'Kallisthenes werd volgens Aristoboulos geketend met het leger mee rondgesleept en is vervolgens aan een ziekte gestorven. Maar Ptolemaios, zoon van Lagos, zegt dat hij gemarteld en daarna gekruisigd is. Zo geven zelfs zeer betrouwbare schrijvers die destijds ook in het gezelschap van Alexander waren, geen eensluidend bericht over opzienbarende feiten waarvan zij de toedracht kenden.'
Deze woorden geven een goede indruk van Arrianus' werkwijze. De uit Nikomedia (nu Izmit in Turkije) afkomstige auteur van de Perzische veldtocht van Alexander werd geboren aan het eind van de eerste eeuw na Christus. Er liggen dus ruim vier eeuwen tussen Arrianus en de door hem zo bewonderde Macedonische vorst. Hij moest daarom voor zijn geschiedwerk te rade gaan bij wat voorgangers hadden geschreven. Er was hierbij keus genoeg, maar Arrianus heeft zich, anders dan een modern historicus zou doen, welbewust beperkingen opgelegd.


In het woord dat aan zijn geschrift voorafgaat, verklaart hij het hoe en waarom: 'Wanneer Ptolemaios (. . .) en Aristoboulos (. . .) allebei hetzelfde schrijven over Alexander (. . .) geef ik dat weer als volkomen waar. Waar zij niet overeenstemmen, kies ik wat mij het betrouwbaarst lijkt en tevens het meest vermeldenswaard is. Nog anderen hebben weer andere dingen geschreven over Alexander; ja, je kunt wel zeggen dat er over niemand meer of met groter verschil van mening is geschreven. Maar Ptolemaios en Aristoboulos schenen mij het betrouwbaarst in hun berichtgeving; Aristoboulos omdat hij de tocht met Alexander heeft meegemaakt, Ptolemaios omdat hij bovendien zelf koning was en het daarom voor hem schandelijker zou zijn te liegen dan voor een ander.'
Arrianus had een slechtere keus kunnen maken bij het selecteren van zijn bronnen. Niettemin, uitgebreider aandacht voor andere informanten dan Aristoboulos en Ptolemaios had geen kwaad gekund.
Doordat hij zich voornamelijk heeft verlaten op twee Alexander zeer welgezinde auteurs (hun werk is verloren gegaan), is het door Arrianus geschetste beeld van de Macedonische koning wel heel erg positief uitgevallen. Alsof Alexander de god was waarvoor hij zich zelf hield. Wat dit laatste betreft, ook op dit punt weet de historicus uit Nikomedia zijn held te verontschuldigen: 'Dat Alexander beweerde van een god af te stammen, vind ik ook geen grote fout van hem, als het al niet een middel was, misschien, om meer indruk te maken op zijn onderdanen.'

Wie een minder eenzijdig beeld van Alexander wil verkrijgen dan Arrianus schetst, zal nog andere antieke auteurs moeten lezen en interpreteren. Diodoros van SiciliŽ, Quintus Curtius Rufus, Justinus en Ploutarchos zijn de voornaamste. Hun werk, dat voor een deel teruggaat op een gemeenschappelijke bron, is niet alleen vaak negatiever, maar ook uitvoeriger dan dat van Arrianus. Neem de berichten over het in vlammen opgaan van het koninklijk paleis in Persepolis.Arrianus is over deze kwestie uiterst summier. Hij meldt slechts dat Alexander zo onverstandig was om, ondanks het advies van een raadgever, het paleis in brand te steken als vergelding voor wat de Perzen de Grieken vroeger hadden aangedaan. Dat is alles.


Voor nadere informatie over de gang van zaken in Persepolis moeten we elders zijn. Daar lezen we over het motief voor de brand hetzelfde. Maar we lezen verder dat de brand het gevolg was van een uit de hand gelopen dronkemansfeest: Alexander, uitgedaagd door een vrouw van lichte zeden, zou het dronken gezelschap zijn voorgegaan in een fakkeloptocht en als eerste met zijn toorts de brand in het paleiscomplex hebben gestoken.
Zijn bijzonderheden over Alexanders drankzucht (en zijn wreedheid, willekeur en seksuele geaardheid) op te vatten als welkome aanvullingen op het verhaal van Arrianus? Of zijn zulke details als historisch onbetrouwbaar af te wijzen, wegens hun te hoge Privť-gehalte? In het verleden hebben vooral romanschrijvers de van Arrianus afwijkende traditie gevolgd - Louis Couperus met zijn Iskander levert een treffend voorbeeld. Historici prefereerden veelal Arrianus. De laatste tijd echter neigen zij er meer dan voorheen toe de beide stromingen in de overlevering te combineren.
Welke aanpak men ook verkiest, Arrianus is een van onze belangrijkste bronnen. Het is goed dat er nu een uitstekende vertaling van zijn Perzische veldtocht van Alexander beschikbaar is.

 Hans Teitler

Lucius Flavius Arrianus: Alexander de Grote - Het verhaal van zijn verovering van het Perzische rijk
Vertaald uit het Grieks, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Simone Mooij-Valk.
Ambo; 446 pagina's; fl. 89,50.
ISBN 90 263 1583 X.

  • De Perzen rukken Griekenland binnen

In 480 rukt Xerxes en zijn perzisch leger Griekenland binnen. Ze bezetten centraal-Griekenland en Attaca. Maar dan slagen de Grieken terug en Xerxes verliest. 



De opvolger van Xerxes, Artaxerxes, vond dat de steden in Klein-AziŽ van hem waren. In 386 legt de hij de Koningsvrede op: Griekse steden moesten hem aanvaarden als koning. Isocrates en zijn vrienden waren hier niet mee akkoord! Ze maken plannen om de Griekse steden in Klein-AziŽ te bevrijden. Maar hiervoor moeten de Griekse staten verenigd worden. 

In 359 is Philippus II aan de macht in MacedoniŽ. Philippus II roept een vergadering bijeen waarin wordt besloten om het Helleens verbond op te richten. Het doel is om een oorlog tegen de Perzen te beginnen. 

In 336 wordt Philippus II vermoord. Alexander de zoon van Philippus II volgt hem direct op en zal de doelstellingen van het Helleens verbond moeten uitvoeren.

  • Alexander de Grote

Geboren: 356 voor Christus
Geboorteplaats: Pella
Vader: Philippus II
Moeder: Olympias
Gestorven: 13 juli 323


Zijn leraar was Leonidas. Ook anderen zorgden voor opvoeding van de kleine Alexander, maar dan vooral op geestelijke en sociale aspecten. Ook de koning zorgde voor zijn zoon.

Op 13 jarige leeftijd vertrok Alexander naar Mieza. Hier werd hij voorbereid op zijn taak als koning. Aristoteles was zijn nieuwe leermeester.

Toen Alexander 16 jaar oud was, vertrok Philippus II om zijn invloed in de Bosporus en de bij de Donau uit te breiden. Voor de tijd dat hij weg was, laat hij Alexander het bestuur van zijn land waarnemen. Kort na het vertrek van Philippus II weet Alexander een opstand in Tractie neer te slaan. Later in 338 voor Christus. neemt hij als commandant van de linkervleugel met succes deel aan de Slag bij Chaeronea.



  • Het koningsschap

Na de dood van Phililippus werd Alexander verkozen tot koning!



Maar veel Griekse staten wilden Alexander niet als koning! Daarom ging Alexander praten met de Griekse staten en overtuigde hen van zijn goede wil om de plannen van zijn vader volledig uit te voeren. De meeste Griekse staten waren nu tevreden. 

De afgevaardigden van de Griekse staten kwamen nu bijeen om het Helleens Verbond opnieuw te bevestigen. Tijdens deze bijeenkomst werd Alexander benoemd tot opperbevelhebber.

  • De veroveringen


334 voor Christus, Alexander staat klaar om PerziŽ binnen te vallen. 
Bij de rivier de komt het tot de eerste veldslag tussen het Macedonische leger en de Perzen. Alexander viel direkt aan. Zo wordt de eerste veldslag een grote overwinning voor Alexander.



Alexander trekt nu verder naar het zuidwesten. 
Tijdens zijn tocht krijgt Alexander weinig tegenstand. Veel steden geven zich al over voordat Alexander de stad bereikt heeft. 
In het voorjaar van 333 trekt het leger verder. Zo komt het leger in Tarsus, aan de zuidkust aan. Weer behaalt Alexander een aantal simpele overwinningen. 

Alexander trok naar PhoeniciŽ om de havens in dat gebied in handen te krijgen. Hier is grote haast bij want de Perzische vloot is nog steeds actief, niet meer om Griekenland aan te vallen, maar de bevoorradingslijnen van Alexanders leger te bedreigen. 

Bij Cilicie, vlak bij Issus, vindt de tweede grote veldslag tussen Alexanders leger en de Perzen plaats. Darius heeft zich hier met zijn leger opgesteld om Alexander op te wachten. Alexander viel zelf aan met zijn elitekorps en probeerde Darius zelf te pakken te krijgen. Darius sloeg op de vlucht. Veel Perzen vluchtten dan ook.

Alexander trekt weer verder. Veel steden in SyriŽ en Palestina geven zich zonder verzet over. Alleen Gaza biedt verzet. De hooggelegen vesting wordt belegerd. En na twee maanden van belegering geeft de stad zich over. 

  • Egypte

Alexander trekt nu snel verder richting Egypte. Waar hij door de bevolking als een bevrijder werd binnengehaald en hij dus helemaal geen weerstand kreeg te verduren. De slimme priesters onvangen Alexander met veel eerbetoon en verklaren dat hij de nieuwe farao is. 

Bij de Nijl-delta stichtte Alexander de stad AlexandriŽ.

  • De verovering van PerziŽ

In het voorjaar van 331 is Alexander weer in PhoeniciŽ. 
Vanuit PhoeniciŽ trekt Alexander verder PerziŽ in. Darius heeft intussen anderhalf jaar de tijd gehad om een nieuw leger te vormen. 

Het is 1 oktober 331. De slag bij Gaugamela begint. En weer wist Alexander het Perzische leger te verslaan.

Alexander trekt nu verder richting Babylon. Hij heeft besloten om eerst de kernlanden van het Perzische rijk te veroveren en Darius later wel te pakken. Als Alexander in Babylon aankomt wordt hij met gejuich ontvangen. 

Alexander gaat naat het oosten, Darius achterna. Darius wordt bij Hecatompylos gevonden door Alexander. De koning van PerziŽ is nu dood. Alexander beschouwt zich  als koning van PerziŽ.

  • IndiŽ

Veel soldaten van Alexander vinden dat het nu wel genoeg geweest is en willen terug naar huis. Maar Alexander wil meer, naar het oosten: naar de rand van AziŽ. 

Het word een zware veldtocht dwars door het ruwe berggebied heen. 
Alexander lijkt nu op de winnende hand. Weer is er een onneembare burcht hoog in de Sogdiaanse bergen. Op wonderbaarlijke wijze weet Alexander de burcht te nemen.  De beeldschone dochter van Oxyartes, Roxane, die pas 13 jaar oud is, maakt veel indruk op Alexander. 



In de zomer van 327 kan Alexander zich dan eindelijk gereed maken voor zijn tocht naar IndiŽ. In de zomer van 326 bereikt hij dan eindelijk de Indus. 
Koning Taxiles geeft zich zonder verzet over en erkent Alexander als de opperkoning van AziŽ. Veel koningen volgen zijn voorbeeld. 

Maar Alexander heeft weer nieuwe plannen. AziŽ blijkt veel groter dan hij had gedacht. Hij heeft gehoord dat er zich in het oosten nog meer grote rijken bevinden. Ook deze rijken wil Alexander veroveren.

Maar deze keer weigeren de generaals. En ook de legervergadering spreekt zich tegen dit besluit uit. Alexander is hierover erg boos maar toch geeft hij toe. Ze gaan terug.

  • De terugkeer

In november 326 varen de schepen naar het zuiden. Ook Alexander is op de vloot. Maar het grootste deel van het leger trekt te voet langs de oevers. 
De afstand naar het eigenlijke PerziŽ is nog groot. 

Alexander gaat naar Persepolis omdat hij heeft gehoord dat het bestuur in zijn rijk een puinhoop is. 
Nadat Alexander de nodige maatregelen heeft genomen trekt hij verder naar Susa.

  • Het einde

Na de lange rustperiode, waarin Alexander orde op zaken heeft gesteld in zijn rijk, wil Alexander de kusten van ArabiŽ onderzoeken.  Hij begint met de voorbereiding van zijn reis naar ArabiŽ. Maar als de voorbereidingen bijna klaar zijn, wordt Alexander ziek. Hij krijgt koorts en het wordt steeds erger. Na enkele dagen ziekte overlijdt Alexander op 13 Juli van het jaar 323.

Het enorme rijk van Alexander valt uiteen. 






In het Orakel van Delfi



The End of the Line